De geschiedenis van de FNV

'Samen sta je sterk'. Dat weet iedereen. Als je iets wilt veranderen of verbeteren, dan is de kans dat dit lukt groter als je medestanders hebt. Of dat nou op school is, of straks als je ergens werkt. Daarom zijn werknemers lid van een vakbond. 

In Nederland zijn ongeveer 1,8 miljoen mensen lid van een vakbond. Die vakbonden hebben zich op hun beurt weer verenigd in een vakcentrale, net zoals Ajax, Feyenoord en PSV lid zijn van de KNVB. Bij de vakcentrale FNV zijn zestien vakbonden aangesloten die in totaal bijna 1,2 miljoen leden hebben. Hiermee is de FNV de grootste vakcentrale van Nederland. Niet alleen mensen met een baan (werknemers) zijn lid van een bond, maar ook mensen met een uitkering en werkzoekenden. 

100 jaar vakbeweging
De vakbeweging in Nederland bestaat ruim 100 jaar. Zij is ontstaan tegen het eind van de negentiende eeuw, gelijktijdig met de industriële revolutie. De arbeidsomstandigheden waren slecht, de lonen laag. Een werknemer die zijn mond opendeed, liep grote kans ontslagen te worden. Rechtsbescherming bestond niet. Van sociale wetten had nog nooit iemand gehoord. 

Verzuiling
In Nederland is het jarenlang gewoonte geweest dat er van elke organisatie drie stromingen waren: een katholieke, een christelijke en een algemene socialistische. Dat opdelen in drie stromingen werd ‘verzuiling’ genoemd. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. Maar op het moment dat de vakbeweging werd opgericht was de verzuiling heel sterk. 

Op 30 juli 1905 werd het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) opgericht. Op 1 januari 1906 ging het NVV als verbond van start. Dertien bonden sloten zich bij deze algemene vakcentrale aan. Als reactie hierop werd drie jaar later het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) opgericht. Zowel protestantse als katholieke leden konden daar terecht. Maar de bisschoppen verboden de rooms-katholieke werknemers al snel lid te worden van CNV of NVV. Voor hen kwam er in 1909 een aparte organisatie, de Rooms Katholieke Werkliedenverenigingen (RKW). 


De verzuiling leidde tot een gebrek aan eensgezindheid. Toch werden de eerste successen binnengehaald, zoals de Arbeidstijdenwet in 1919, waarin de achturige werkdag werd vastgelegd. In 1930 werd de Stuwadoorswet aangenomen waarin de positie van havenwerkers werd beschermd. In hetzelfde jaar kwam de Winkelsluitingswet tot stand. 

Voor, tijdens en na de oorlog
Voor de Tweede Wereldoorlog had de Nederlandse vakbeweging (dat waren toen NVV, RKW en CNV) zo’n 798.000 leden. De Duitsers verboden tijdens de oorlog iedere vorm van vrije meningsuiting en het recht op vereniging. De vakbeweging werd verboden om zelfstandig te blijven. CNV en RKW besloten door de maatregelen van de bezetter om zichzelf op te heffen. Het NVV werd, zoals andere socialistische organisaties (uitgeverij de Arbeiderspers en de krant Het Volk), door de bezetter (ze werden echt letterlijk bezet) overgenomen.

Na de oorlog, in 1945, zijn CNV en RKW opnieuw opgericht. Het RKW ging toen de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) heten. In 1964 veranderde naam KAB weer in NKV (Nederlands Katholiek Vakverbond).
De drie vakcentrales bleken na de bezetting met elkaar te willen samenwerken. Dat was een resultaat van illegaal overleg tijdens de oorlog. Ook kwam er een overleg tussen vakbondsleiders en werkgevers op gang. Hiervoor is tijdens de bezetting de basis gelegd. Na de oorlog, werd de Stichting van de Arbeid (STAR) opgericht, die nog steeds bestaat. 

In de jaren vijftig bleek er opeens heel veel mogelijk. De vakbeweging bereikte het ene resultaat na het andere. Werknemers mochten niet langer worden ontslagen zonder toestemming van de arbeidsbureaus. Er kwam een staatspensioen (AOW). Sociale uitkeringen werden verhoogd en de looptijd van de uitkeringen werd verlengd. In 1961 werd de vrije zaterdag ingevoerd.

Fusie
Bovenstaande veranderingen hadden ook gevolgen voor de drie vakcentrales. NVV, NKV en CNV spraken vanaf 1974 zelfs over een fusie. Uiteindelijk gingen NVV en NKV in 1976 samen op in de Federatie Nederlandse Vakbeweging, FNV. Het werd de grootste vakcentrale van Nederland en is dat nog steeds. Het CNV koos ervoor zelfstandig door te gaan. In 1974 ontstond er nog wel een andere vakcentrale: de MHP, de vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel. Verder zijn er enkele kleinere zelfstandige (meer vakgerichte) bonden.

naar boven

De structuur van de FNV

De FNV overlegt als vakcentrale met de werkgevers over het sociaal-economisch beleid. Dat gebeurt in de Stichting van de Arbeid. In deze stichting overleggen vakbeweging en werkgevers ook van tijd tot tijd met leden van het kabinet. Dat gebeurt onder meer in het voorjaarsoverleg en het najaarsoverleg. Men praat dan over de hoofdlijnen van het sociaal-economisch beleid. Soms worden er ook afspraken gemaakt over de te volgen economische koers. Die worden dan vastgelegd in een Stichtingsakkoord. Een akkoord dat eind vorige eeuw werd gesloten, leidde uiteindelijk tot het ‘poldermodel’. Kabinet, vakbeweging en werkgevers kwamen tot gezamenlijke afspraken, die vanaf 1995 hebben bijgedragen aan een economische opleving en vooral aan de groei van de werkgelegenheid.

De FNV zit ook in de Sociaal-Economische Raad (SER). In de SER adviseren werknemers en werkgevers, samen met enkele onafhankelijke leden, de regering over sociaal-economische onderwerpen. Voor meer informatie over de STAR en de SER kun je terecht op: www.stvda.nl en www.ser.nl. Op de SER-site vind je een handige scriptieservice.

De FNV is een federatie waarbij 16 bonden zijn aangesloten: 

  • ABVAKABO FNV: overheid, gezondheidszorg, energiebedrijven, universitair onderwijs
  • AFMP FNV / MARVER FNV: militair personeel, marechaussee
  • AOb (Algemene Onderwijsbond): werknemers in het (basis)-onderwijs
  • Federatie FNV Sport: personeel sportverenigingen, sportaccommodaties, fitnesscentra, maar ook topsporters (wielrenners, voetballers, etc.)
  • FNV Bondgenoten: industrie, dienstensector, voedingssector, vervoerssector
  • FNV Bouw: bouw, bagger, stratenmakers, meubelindustrie
  • FNV Horecabond: horeca, recreatie, catering
  • FNV KIEM: kunsten, informatie en media
  • FNV Mooi: kappers en schoonheidsspecialisten
  • FNV Vrouwenbond: belangenbehartiging van onbetaald- en betaald werkende vrouwen
  • FNV ZBO: zelfstandigen zonder personeel in de sectoren bouw en hout
  • FNV Zelfstandigen in Diensten, Groen, Handel, ICT, Industrie, Vervoer, Zorg
  • Nautilus NL: rederijen, kapiteins, stuurlieden, matrozen
  • NVJ: journalisten, redacteuren, fotografen
  • NPB: politie en parkeerwachten 

De bonden behartigen de belangen van hun leden in de diverse bedrijfstakken. Daarover maken zij afspraken met de werkgevers. Die afspraken, over bijvoorbeeld de hoogte van de lonen, worden vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Er is in de afgelopen honderd jaar veel bereikt. Er is een redelijk goede sociale wetgeving. Er is een minimumloon. De medezeggenschap binnen bedrijven komt goed op gang. De rechten van werknemers zijn gewaarborgd in wetten. Zonder vakbeweging zou Nederland er nu totaal anders uitzien. 

Een sterke vakbeweging is nog steeds belangrijk. Dat bleek ook in de jaren zeventig en in de eerste helft van de jaren tachtig. De economische crisis bracht tal van verworvenheden aan het wankelen. Uitkeringen werden verlaagd, de minimumjeugdlonen enkele keren bijgesteld. De salarissen van grote groepen werknemers jarenlang ‘bevroren’.

De FNV zet zich in voor zoveel mogelijk werkgelegenheid. Helaas zijn er te weinig banen. De FNV vindt dat iedereen recht heeft op goed betaald werk, dat ook veilig moet zijn. Voor degenen die niet kunnen werken, omdat er bijvoorbeeld geen werk voor ze is, of omdat ze gehandicapt zijn, wil de FNV bereiken dat de sociale uitkeringen zo goed mogelijk zijn. 

Omdat de milieuvervuiling een steeds groter probleem wordt, maakt de FNV zich ook sterk voor een duurzame economie. Dat is een economie waarbij grondstoffen minder snel worden verbruikt en waarbij minder vervuiling ontstaat.

De vakbeweging moet met de tijd meegaan. Grote fabriekshallen met veel arbeiders worden schaars. Er is geautomatiseerd. Er werken meer mensen in de dienstverlening, bijvoorbeeld bij banken. Ook is er steeds minder sprake van gezinnen waar alleen de man betaald werkt verricht. Steeds meer mensen werken in deeltijd, wat wil zeggen dat ze bijvoorbeeld drie of vier dagen per week werken. De FNV zet zich daarom in voor arbeidstijdverkorting en deeltijdwerk. 

Ook maakt de FNV zich sterk voor jongeren. Want aan hun positie op de arbeidsmarkt kan nog veel worden verbeterd. Kijk een voor meer info op www.fnvjong.nl

De bonden binnen de FNV gaan steeds meer samenwerken. In sommige gevallen leidt dat zelfs tot fusies. Een van die fusies leidde tot de megabond FNV Bondgenoten, die ongeveer 40 procent van alle FNV-leden vertegenwoordigt. 

De FNV heeft niet alleen invloed in Nederland. Ook in Europa en de rest van de wereld kan nog veel worden verbeterd voor werknemers en mensen met een uitkering. Daarom is de FNV lid van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV). Buiten Europa gebeurt dit in het Internationaal Verbond van Vakverenigingen (IVV). Ook is de FNV vertegenwoordigd bij de ILO (International Labour Organisation). Dat is een orgaan van de Verenigde Naties (VN) dat de belangen en werksituatie van werknemers wereldwijd probeert te verbeteren. Denk dan bijvoorbeeld aan kinderarbeid. Voor meer informatie over de vakbeweging kun je terecht op de FNV-site: www.fnv.nl.

naar boven

Discriminatie

Wat maakt het uit of je wit of zwart, dik of dun, man of vrouw, hetero of homo bent? Niets. Dat klinkt mooi, maar de werkelijkheid is vaak minder fraai. Want er bestaat discriminatie en racisme. Discriminatie betekent letterlijk 'ongeoorloofd onderscheid maken'. Discriminatie is het maken van onderscheid tussen mensen op basis van argumenten die er niet toe doen. Er zijn nogal wat gronden waarop je gediscrimineerd kunt worden. Vooral minderheidsgroepen zijn hiervan het slachtoffer. Homoseksuelen, gehandicapten, ouderen, roodharigen. Maar ook vrouwen zijn de dupe. Want als mannen zich seksistisch gedragen is dat niets anders dan discriminatie op grond van het geslacht. Discrimineren op grond van het ras waartoe iemand behoort, noemen we racisme. De Nederlandse wet verbiedt alle vormen van discriminatie.

Ook als het gaat om het vinden van werk bestaat er ongelijkheid. Want etnische minderheden komen in sommige gevallen maar moeilijk aan de bak. Om daar wat aan te doen bestaat er een beleid van positieve discriminatie. Dit houdt in dat als er bij een sollicitatieprocedure een Nederlandse en een allochtone kandidaat als even geschikt uit de bus komen, de allochtoon op grond van dit beleid de baan krijgt. Dit gebeurt vooral bij de overheid. In personeelsadvertenties van de overheid worden vertegenwoordigers van etnische minderheden ook nadrukkelijk gevraagd om te solliciteren. In het bedrijfsleven komt positieve discriminatie minder voor.

Discriminatie is niet van vandaag of gisteren. Want twee politieke stromingen die ook uitgingen van de ongelijkheid van mensen, het fascisme en het nationaal-socialisme, leidden uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog en de moord op zes miljoen joden. Deze stromingen gingen uit van het principe van één leider, militarisme, verheerlijking van het eigen volk, massapropaganda, afkeer van communisme en socialisme, massabewegingen voor jongeren, vrouwen en andere maatschappelijke groepen.  
Als je een werkstuk wilt schrijven over discriminatie, dan kun je stof ervoor vinden bij het Meldpunt Discriminatie Amsterdam en bij het Anti Discriminatie Bureau regio Haarlem. 
Bij het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) kun je ook materiaal over dit onderwerp bestellen. 

naar boven

Kinderarbeid

Als kind in Nederland baal je natuurlijk wel eens. Maar er zijn kinderen op de wereld die het nog veel slechter hebben. Zo worden 250 miljoen kinderen onder de 14 jaar gedwongen om te werken. Dag in, dag uit. In Afrika komt kinderarbeid naar verhouding het meest voor. Een op de drie kinderen in Afrika werkt, voornamelijk in de landbouw. In Azië ligt het percentage kinderen dat moet werken lager dan in Afrika. Maar omdat in Azië het grootste deel van de wereldbevolking woont, betekent dit dat hier de helft van alle kinderarbeid op de hele wereld voorkomt. Dat gebeurt dan vooral in Zuid- en Zuidoost-Azië. India is het land met het grootste aantal werkende kinderen.
 
Kinderarbeid bestaat niet alleen in de Derde Wereld. Ook in Europa en de Verenigde Staten worden kinderen gedwongen om te werken. In Europa gebeurt dat voornamelijk in Italië, Griekenland, Spanje en Portugal. In Italië werken vele tienduizenden kinderen in de omgeving van Napels in de lederwarenindustrie. Dat zegt de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO – International Labour Organisation) van de Verenigde Naties. Was er ook ooit kinderarbeid in Nederland? En waarom is het Verdrag van de Rechten voor het Kind zo belangrijk? 

Meer informatie over kinderarbeid vind je op: 
• www.kinderrechten.nl 
• www.stopkinderarbeid.nl 
• www.schooldebestewerkplaats.nl

naar boven

Europa

anaf 1 januari 1999 kennen 12 landen van de Europese Unie een gezamenlijke munt: de euro. Die landen zijn: Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Spanje, Portugal, Italië, Oostenrijk, Ierland en Finland. Vanaf januari 2002 kun je ook daadwerkelijk in al die landen met de euro betalen. Dat is natuurlijk handig. Maar wat levert dat ene Europa behalve de euro nog meer op? En waarom wordt Brussel de hoofdstad van Europa genoemd? 

In Brussel zijn de belangrijkste onderdelen van de Europese Unie (EU) gevestigd. Dat zijn: 

De Europese Commissie
De Europese Commissie vormt het dagelijks bestuur van de EU. Deze commissie bestaat uit 25 leden, de commissarissen. Zij zijn volkomen onafhankelijk van de nationale regeringen, die hen hebben benoemd. In de Commissie worden de Europese wetten en maatregelen voorbereid. Is een wet of maatregel eenmaal aangenomen, dan dienen alle EU-lidstaten deze na te leven. De Commissie ziet dan ook toe op de toepassing van deze wetten en maatregelen en coördineert de uitvoering ervan. De benoeming van de Europese Commissie dient te worden goedgekeurd door het Europees Parlement, dat ook bevoegd is de Commissie naar huis te sturen.

Het Europees Parlement
Een heel belangrijke instelling van EU is het Europees Parlement. Hierin zijn alle burgers van de EU-lidstaten vertegenwoordigd. Het is de enige internationale instelling, waarvan de leden democratisch zijn gekozen. Het Europees Parlement vergaderde voor het eerst in 1957. Momenteel vergadert het parlement iedere maand  vier dagen lang in Straatsburg (Frankrijk). Daarnaast vinden ook vergaderingen plaats in Brussel. Het aantal parlementariërs, dat een land mag ‘leveren’ is afhankelijk van de grootte van het land. De lidstaten ‘leveren’ gezamenlijk 732 parlementsleden. Nederland heeft 27 afgevaardigden. Sinds 1979 worden deze leden iedere 5 jaar rechtstreeks gekozen door alle EU-burgers. De Europarlementariërs zitten niet per land bij elkaar, maar per politieke groepering. In totaal hebben acht politieke groeperingen zitting in het parlement. 
Wat doet het Europees Parlement nou eigenlijk? Het parlement vervult een belangrijke rol bij de formulering, wijziging en goedkeuring van de Europese wetgeving, doet politieke voorstellen voor een verdere Europese eenwording en zet zich in voor de bescherming van de mensenrechten. Het Europees Parlement heeft ‘vetorecht’, echter over sommige onderwerpen mag het EP slechts haar mening geven. Trekken we de vergelijking door naar Nederland, dan lijkt het Europees Parlement een beetje op onze Tweede Kamer.

Raad van de Europese Unie
De Raad van de Europese Unie, gewoonlijk de Raad van Ministers of Raad genoemd, is een unieke instelling. Hier maken de lidstaten wetgeving voor de Unie, bepalen zij haar politieke doelstellingen, coördineren zij hun nationale beleid en zoeken zij oplossingen voor problemen. De lidstaten bekleden om de beurt gedurende zes maanden (januari t/m juni en van juli t/m december) het voorzitterschap van de Raad. Bij elke vergadering van de Raad zijn vertegenwoordigers van de lidstaten, gewoonlijk ministers, aanwezig, die hun nationaal parlement en hun publieke opinie verantwoording verschuldigd zijn. De democratische legitimiteit van de Raad is dus gewaarborgd. De samenstelling van de ministers is overigens niet steeds hetzelfde, maar is afhankelijk van het onderwerp dat wordt behandeld. Op een aantal gebieden dient de Raad tot een unaniem besluit te komen, bijvoorbeeld de buitenlandse politiek. Wordt men het niet eens, dan kan er geen actie worden ondernomen.

De Europese Raad
De staatshoofden/regeringsleiders van de 25 EU-lidstaten en de voorzitter van de Europese Commissie vormen de Europese Raad. De Raad komt tweemaal per jaar bij elkaar om het globale beleid van de EU uit te zetten, waarbij tevens actuele internationale vraagstukken doorgesproken worden. In het Verdrag van Maastricht zijn voor de Europese Raad exacte taken vastgesteld

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Het Hof bestaat uit één rechter per lidstaat, en acht advocaten-generaal, die door de EU-lidstaten worden afgevaardigd. De rechters en advocaten-generaal worden voor een periode van zes jaar benoemd. De rechters kiezen vervolgens uit hun midden een voorzitter, de President van het Hof, die deze taak drie jaar mag uitoefenen. De taak van het Hof bestaat erin, toe te zien of het recht gewaarborgd wordt, bij de uitlegging en toepassing van de Europese Verdragen en Europese regelgeving. Het hof oordeelt bij meerderheid van stemmen. De nationale rechters dienen vervolgens, de interpretatie van het Hof te volgen. Vanaf 1 november 1989, is er aan het Hof een Gerecht van eerste aanleg toegevoegd. Ook in dit gerecht hebben alle rechters zitting, die net als het hof uit hun midden een president kiezen. Het Gerecht kent geen advocaten-generaal. De hoofdtaak van dit Gerecht bestaat erin, een eenvormige uitlegging van het Gemeenschapsrecht te waarborgen.
Tegen de arresten van het Gerecht, is het mogelijk beroep in te stellen bij het Hof.

De Europese Rekenkamer
De Europese Rekenkamer bestaat sinds 1977. De Rekenkamer controleert de (financiële) activiteiten van de Europese Unie. Op basis van de controle van uitgaven en inkomsten, brengt de Rekenkamer jaarlijks verslag uit. De Rekenkamer bestaat uit 25 leden, die door de Europese Raad voor een periode van zesjaar worden benoemd. De leden van de Rekenkamer kiezen uit hun midden een voorzitter voor een periode van drie jaar. Sinds het Verdrag van Maastricht draagt de Rekenkamer de status van instelling en is daarmee in feite het ‘financiële geweten’ van de Europese Unie geworden.

De Europese Investeringsbank
De Europese Investeringsbank (EIB), is geen officiële instelling van de Europese Unie. De bank werd weliswaar bij het Verdrag van Rome opgericht, maar bezit een eigen rechtspersoonlijkheid. De EIB is geen gewone bank, maar een bank die tot taak heeft bij te dragen aan een evenwichtige ontwikkeling van de EU. Daartoe verstrekt zij langetermijnleningen voor kapitaalinvesteringen. Elk project wordt nauwkeurig getoetst op economisch belang, financiële en technische haalbaarheid, milieutechnische haalbaarheid en of het project in de beleidsdoelstellingen van de EU past. De EU-lidstaten vormen de aandeelhouders van deze in Luxemburg gevestigde EIB.

Comité van de regio's
Het Comité van de regio’s werd opgericht omdat de lidstaten ervan overtuigd waren dat de eigenheid en de bevoegdheden van de regionale en plaatselijke overheden moesten worden gerespecteerd, maar ook dat deze instanties bij de ontwikkeling en uitvoering van het EU-beleid moesten worden betrokken. Er zijn 317 leden. Zij vertegenwoordigen als voorzitters van regionale raden, burgemeesters van steden en voorzitters van gewesten, de lagere bestuursniveaus.

Het Economisch en Sociaal Comité
Het Economisch en Sociaal Comité (ESC) heeft tot taak adviezen uit te brengen. Het is de spreekbuis voor maatschappelijke organisaties op economisch en sociaal gebied. Zo vertegenwoordigen sommige leden de werkgevers en de werknemers (de ‘sociale partners’), terwijl anderen werken in sectoren als als handel, landbouw, vervoer, ambacht, vrije beroepen, consumentenbescherming, midden- en kleinbedrijf, en milieubescherming. In totaal kent het ESC 317 leden.
Geen enkele Europese wet van enig belang is goedgekeurd zonder dat de stem van het Comité is gehoord.

Inmiddels werken niet alleen regeringen op Europees niveau nauw samen, ook de vakbeweging doet dat, in het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV). 

Kijk voor meer informatie op: 

naar boven

Milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo)

Omdat milieuvervuiling een steeds groter probleem wordt, maakt de FNV zich sterk voor een duurzame economie. Dat is een economie waarbij grondstoffen minder snel worden verbruikt en waarbij minder vervuiling ontstaat. 
Bedrijven krijgen een steeds machtiger rol. Zij bepalen voor een zeer groot deel de internationale economische verhoudingen. De FNV vindt dat internationaal opererende bedrijven verantwoordelijk zijn voor een eerlijke en rechtvaardige behandeling van mens en milieu.

De FNV is actief betrokken bij het maken van afspraken met bedrijven. Zo nemen de FNV-vakcentrale en FNV Bondgenoten deel aan de Fair Wear Foundation voor kleding. Dat is een gedragscode die een sociale productie van kleding garandeert. Daarnaast zit FNV Mondiaal in het MVO-Platform en is de FNV oprichter van het blad P+ People, Planet, Profit. Ook heeft de FNV deelgenomen aan de opstelling van het SER-advies ‘De Winst van waarden’.

Meer informatie vind je op:
• www.milieucentraal.nl 
• www.fnv.nl/mondiaal 
• www.duurzaamondernemen.nl 
• www.voetafdruk.nl

naar boven